Algemene uitleg genealogie






Kwartierstaat:
 

Een kwartierstaat (= voorgeslacht) geeft alle (bekende) voorouders weer van
 een bepaalde persoon  (= proband = kwartierdrager),
 op deze website dus van elk van mijn grootouders.

De voorouders worden genummerd volgens een eenvoudig systeem:
de proband krijgt nr.1 (kan dus man of vrouw zijn), de vader nr.2 en de moeder nr.3:
voor de vader wordt het nummer van het kind dus verdubbeld
,
 de moeder krijgt dit nummer +1.
In het voorgeslacht krijgen dus alle mannen een even en alle vrouwen een oneven nummer.

Dus wil je weten wie de vader is van b.v. nr.128? Zoek dan naar 128x2 = nr.256. Zijn moeder is dan nr.257.

Omgekeerd: wil je weten welk kind van b.v. nr.2764 in de kwartierstaat zit? Zoek naar 2764:2 = nr.1382.
Omdat ik gekozen heb om alle kinderen van een echtpaar te vermelden,
 staat bij desbetreffend kind het nummer al onderstreept en is aan te klikken.






Parenteel:

Een parenteel (= nageslacht) is een overzicht van alle afstammelingen van de gekozen persoon,
 zowel in mannelijke als in vrouwelijke lijn.
 

Genealogie:

Een genealogie is een overzicht van alle personen die in mannelijke lijn afstammen
 van de gekozen mannelijke persoon.
 Van elke man worden de zonen en dochters vermeld,
 maar het nageslacht van de dochters wordt niet verder vermeld.



BRONNEN:

Registers van de Burgerlijke Stand:

In 1811 werd in heel Nederland de burgerlijke stand ingevoerd.
Dat wil zeggen dat vanaf 1811 het burgerlijk bestuur van de gemeente de geboorte, het huwelijk (en de huwelijksafkondigingen) en het overlijden ging registreren.

Deze akten worden in tweevoud opgemaakt.
 Eén exemplaar blijft in de gemeente, het andere gaat naar de arrondissementsrechtbank. 

Openbaarheid:
De geboorteregisters worden na 100 jaar van de rechtbank overgebracht naar het rijksarchief
  in de desbetreffende provincie. En worden dan pas openbaar en dus te raadplegen,
 de huwelijksregisters na 75 jaar en de overlijdensregisters na 50 jaar.

 

DTB's (Doop-, Trouw- en Begraafboeken)

Tussen iets vóór 1600 en 1811 zijn de gegevens terug te vinden in de betreffende boeken,
 maar deze zijn lang niet altijd compleet als gevolg van oorlogen, brand etc. etc.

 

Lidmatenregisters:

Naast de DTB-boeken kennen de kerken van protestantse signatuur ook lidmatenregisters.
Hierin worden de leden van de gemeente opgetekend, met vermelding van hun vorige woonplaats
 en evt. de gemeente waar ze naartoe vertrekken.
 

Notariaat:

In de notariële archieven is veel informatie beschikbaar.
Deze informatie geeft vaak een goed (tijds-)beeld geeft van de gezochte persoon en/of zijn omgeving.
Er zijn testamenten en huwelijkse voorwaarden terug te vinden,
maar ook schuldbekentenissen en de koop en verkoop van huizen, landerijen etc.

De notarissen waren al sinds de 16e eeuw wettelijk gehouden protocollen op te maken.

 





 

Regels voor het vernoemen

 

Vroeger kregen kinderen meestal dezelfde voornaam als een familielid. Een
overzicht van de regels die daarvoor golden.

 Het gebeurt hier en daar (gelukkig) nog steeds. Maar vroeger was het
algemeen gebruikelijk om kinderen te vernoemen naar familieleden.
Dat wil
zeggen dat een kind dan dezelfde naam kreeg als een bepaald familielid.
Daar
bestonden vrij strikte regels voor. Zeker voor de periode vóór 1811 zijn

vernoemingspatronen daarom heel belangrijk bij het aantonen van
verwantschappen. Weliswaar waren het slechts gewoonteregels waar regelmatig van
afgeweken werd, maar de ‘normale’ volgorde van vernoemen was in principe een
vaststaand gegeven.

 

1e zoon

grootvader: vaders vader

2e zoon

grootvader: moeders vader

3e zoon

oom: vaders oudste broer

4e zoon

oom: moeders oudste broer

5e zoon

oom: vaders 2e broer

6e zoon

oom: moeders 2e broer

enz.

enz.

 

 

1e dochter

grootmoeder: moeders moeder

2e dochter

grootmoeder: vaders moeder

3e dochter

tante: moeders oudste zus

4e dochter

tante: vaders oudste zus

5e dochter

tante: moeders 2e zus

6e dochter

tante: vaders 2e zus

enz.

enz.

 

Bij zonen had vaders familie dus voorrang en bij dochters moeders familie.

Ook voor de uitzonderingen zijn er patronen te ontdekken:

Overleden familieleden
     kregen vaak voorrang bij het vernoemen. Als moeders vader al was overleden
     en vaders vader nog niet, werd moeders vader vaak eerst vernoemd. Ook
     overleden jongere broers en zussen gingen vaak voor oudere nog levende
     broers en zussen.

  • Als de eerste 3 of meer kinderen zonen waren, werd er wel eens een zoon genoemd naar een
         grootmoeder. En andersom: als de eerste 3 of meer kinderen dochters waren,
    werd er wel eens een  dochter genoemd naar een grootvader.
    Kinderen die geboren werden na het overlijden van de vader werden vaak naar de vader genoemd
    (soms ook 
    als het een meisje was).

 En als de moeder overleed in het kraambed, werd
het kind vaak naar haar genoemd (soms ook als het een jongen was).

 Vaak hadden 2 of meer kinderen in een gezin dezelfde voornaam. Meestal omdat het oudere kind
     inmiddels al was overleden en het ontstane gat in de vernoemingsrij weer moest worden opgevuld.
(Zij werden dus NIET genoemd naar het overleden 
kind, maar naar het familielid waarnaar ook het
overleden kind genoemd w
as.)
Maar soms werd een naam ook vaker gebruikt omdat een naam zowel in 
vaders als in moeders familie
voorkwam en dus meer dan 1 keer aan de beurt 
kwam.
In dat geval kreeg het kind soms het patroniem of de familienaam van 
het betreffende familielid
erbij als tweede voornaam, werd er onderscheid 
gemaakt dmv een aanduiding als ‘de oudere’ en ‘de jongere’
of werd er een 
variant van dezelfde naam gebruikt (Kaatje en Trijntje komen bijvoorbeeld

     beide van Catharina).

  • Buitenechtelijke kinderen
         werden meestal naar de grootouders van moeders kant genoemd en soms naar
         de vader, bijvoorbeeld als een drukmiddel om hem het vaderschap te laten
         erkennen. Echter, wanneer een huwelijk bij de geboorte vrijwel zeker was,
         werden gewoon de normale vernoemingsregels gevolgd. Een zoon werd dan dus
         naar vaders vader genoemd. Wanneer een ongehuwde moeder later alsnog
         trouwde kan de naam van een eerder geboren zoon dus een aanwijzing vormen
         om vast te stellen of de bruidegom al dan niet zijn natuurlijke vader was.
         Bij een eerder geboren dochter is dat veel moeilijker, tenzij ze bij wijze
         van uitzondering naar haar vaders moeder is genoemd ipv naar haar moeders
         moeder. Als een van de ouders voor de tweede keer getrouwd was,
    werd vaak ook de overleden man of vrouw 
    vernoemd.
    Soms nog voor de ouders, maar meestal na de ouders en voor de

         broers en zussen. Ook stief- en pleegouders werden soms vernoemd.
    Soms zelfs in plaats van de eigen ouders, soms voor 
    de eigen ouders,
    maar meestal na de eigen ouders en voor de broers en 
    zussen.

 

NB - Er wordt regelmatig beweerd dat na het vernoemen van de grootouders
niet de ooms en tantes, maar de overgrootouders zouden zijn vernoemd. Nu komt
dat grotendeels op hetzelfde neer: ook de ooms en tantes zijn zelf immers vaak
weer naar grootouders vernoemd en vernoemen van ooms en tantes is dus indirect
vernoemen van overgrootouders. Maar wanneer consequent overgrootouders vernoemd
zouden worden, zouden standaard ook de namen van de ouders zelf gebruikt moeten
worden wanneer zij naar hun grootouders vernoemd zijn. Dat gebeurde niet. Een
kind kreeg alleen de naam van zijn of haar vader of moeder wanneer het naar een
grootouder of oom of tante genoemd werd die toevallig dezelfde naam had of
wanneer het direct naar de eigen vader of moeder genoemd werd. Dat een kind
direct genoemd werd naar een overgrootouder waarnaar ook zijn of haar vader of
moeder genoemd was, valt vrijwel niet aan te wijzen.


 

De namen van de voorouders per generatie

 

 

 

1.

proband

2.

ouders

ouders

3.

grootouders

grootouders

4.

overgrootouders

overgrootouders

5.

betovergrootouders

betovergrootouders

6.

oudouders

oudbetovergrootouders

7.

oudgrootouders

oudbetovergrootouders

8.

oudovergrootouders

oudbetovergrootouders

9.

oudbetovergrootouders

oudbetovergrootouders

10.

stamouders

stamoudbetovergrootouders

11.

stamgrootouders

stamoudbetovergrootouders

12.

stamovergrootouders

stamoudbetovergrootouders

13.

stampeiovergrootouders

stamoudbetovergrootouders

14.

stamoudouders

stamoudbetovergrootouders

15.

stamoudgrootouders

stamoudbetovergrootouders

16.

stamoudovergrootouders

stamoudbetovergrootouders

17.

stamoudbetovergrootouders

stamoudbetovergrootouders

18.

edelouders

edelstamoudbetovergrootouders

19.

edelgrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

20.

edelovergrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

21.

edelbetovergrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

22.

edeloudouders

edelstamoudbetovergrootouders

23.

edeloudgrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

24.

edeloudovergrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

25.

edeloudbetovergrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

26.

edelstamouders

edelstamoudbetovergrootouders

27.

edelstamgrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

28.

edelstamovergrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

29.

edelstambetovergrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

30.

edelstamoudouders

edelstamoudbetovergrootouders

31.

edelstamoudgrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

32.

edelstamoudovergrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

33.

edelstamoudbetovergrootouders

edelstamoudbetovergrootouders

34.

voorouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

35.

voorgrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

36.

voorovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

37.

voorbetovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

38.

vooroudouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

39.

vooroudgrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

40.

vooroudovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

41.

vooroudbetovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

42.

voorstamouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

43.

voorstamgrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

44.

voorstamovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

45.

voorstambetovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

46.

voorstamoudouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

47.

voorstamoudgrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

48.

voorstamoudovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

49.

voorstamoudbetovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

50.

vooredelouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

51.

vooredelgrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

52.

vooredelovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

53.

vooredelbetovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

54.

vooredeloudouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

55.

vooredeloudgrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

56.

vooredeloudovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

57.

vooredeloudbetovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

58.

vooredelstamouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

59.

vooredelstamgrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

60.

vooredelstamovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

61.

vooredelstambetovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

62.

vooredelstamoudouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

63.

vooredelstamoudgrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

64.

vooredelstamoudovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

65.

vooredelstamoudbetovergrootouders

vooredelstamoudbetovergrootouders

De lijst is nog verder uit te breiden:

Generatie 66 t/m 129 = Generatie 2 t/m 65 met ‘aarts’ ervoor.
Generatie 130 t/m 257 = Generatie 2 t/m 129 met ‘opper’ ervoor.
Generatie 258 t/m 513 = Generatie 2 t/m 257 met ‘hoog’ ervoor.

De termen aarts-, voor-, stam- en oud- hebben behalve een betekenis als aanduiding
voor een bepaalde generatie ook een andere betekenis:
Aartsvaders: Abraham, Izaäk en Jacob (zie het bijbelboek Genesis)
Voorouders: alle personen van wie iemand afstamt
Stamvader: de man die als de eerste van zijn familie beschouwd wordt
(bijvoorbeeld omdat hij de oudst 
bekende is, of omdat hij als eerste een bepaalde familienaam droeg)
Oudvaders: gereformeerde theologische schrijvers uit de 17e en 18e eeuw
die gerekend worden tot de Nadere Reformatie en het Gereformeerd Piëtisme en
die nog steeds als maatgevend beschouwd worden in bepaalde groepen binnen het
gereformeerde protestantisme (voorbeelden: Brakel, Smytegelt, Comrie)


 


Langelaer.nl
De kwartierstaten van mijn 4 grootouders